28-9-2019 Analyse Koopkracht


28-9-2019 Sinds 2008 hebben vrijwel alle gepensioneerden ingeleverd, tot wel 12 procent. De maatregelen die het kabinet heeft aangekondigd voor 2020 in combinatie met de dreigende pensioenkortingen stellen KBO-PCOB verre van gerust.

 

 

 

 

Pensioen

Maar zowel het Centraal Planbureau (CPB) als het Nibud geven aan dat de koopkrachtplaatjes van gepensioneerden onzeker zijn vanwege de dreigende kortingen bij de aanvullende pensioenen. Hoewel het bijna zeker is dat veel gepensioneerden hiermee geconfronteerd worden, is het niet zeker hoe groot die kortingen zullen zijn. Het CPB heeft berekend dat een daling van de dekkingsgraad met vijf punten een verlaging van de koopkracht met 0,1 tot 0,2% tot gevolg heeft.

De Pensioenfederatie, de koepelorganisatie van pensioenfondsen, heeft in een reactie op de koopkrachtberekeningen gezegd dat deze berekeningen sinds de sterke rentedaling in de laatste maanden achterhaald zijn. Het beeld dat het CPB schetst is volgens hen in werkelijkheid een stuk somberder. Het Nibud sluit zelfs koopkrachtdaling niet uit.

KBO-PCOB vindt deze kortingen, hoe klein of groot ze ook zijn, onnodig en zelfs schadelijk. Wij willen dan ook dat het kabinet de rekenrente verhoogt waardoor pensioenfondsen weer aan indexeren kunnen denken in plaats van aan korten. De koopkrachtkloof die ontstaan is tussen werkenden en gepensioneerden moet gedicht worden. Daarnaast willen we dat de torenhoge zorgkosten aangepakt worden.

Koopkracht

Volgens de koopkrachtplaatjes in de Macro-economische verkenning van het CPB gaan gepensioneerden er in 2020 in doorsnee 1,1% op vooruit. Binnen de groep gepensioneerden lopen de koopkrachtramingen uiteen van +0,8% tot +1,6%. Mensen met een lager inkomen krijgen er meer bij dan mensen met een hoger inkomen. Volgens de berekeningen van het Nibud zijn de onderlinge verschillen tussen gepensioneerden nog iets groter.

De gemiddelde plus voor gepensioneerden komt door een verhoging van de AOW, een verlaging van de inkomstenbelasting en een verhoging van de ouderenkorting en de zorgtoeslag, zo blijkt uit de Prinsjesdagstukken. Ook komen grotere groepen in aanmerking voor huurtoeslag.

Werk

Op dit moment staan nog te veel mensen tussen de 55 en 66 jaar aan de kant en neemt het aantal onvrijwillige oudere zelfstandigen en uitzendkrachten toe. Werkloosheid en arbeidsongeschiktheid zijn funest voor iemands zelfvertrouwen en welbevinden en voor de opbouw van een financiële buffer voor na de pensionering.

In dit licht bekeken vallen er een paar zaken op in de begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Tegelijk met het pensioenakkoord zijn maatregelen aangekondigd voor mensen met zware beroepen. Hiervoor komt vanaf 2020 tien miljoen euro structureel beschikbaar. Het wordt tijdelijk mogelijk om oudere werknemers die niet in staat zijn om gezond door te werken tot de AOW-leeftijd eerder uit te laten treden. Het kabinet investeert hierin vanaf 2021 vier keer € 200 miljoen. Dat is positief.

Werklozen die bij instroom in de WW 60 jaar of ouder zijn, komen na afloop van hun WW-recht in aanmerking voor een uitkering op grond van de Wet Inkomensvoorziening Oudere Werklozen (IOW). Deze regeling wordt verlengd tot 2024. De leeftijdsgrens om voor de IOW in aanmerking stijgt bovendien niet verder mee met het opschuiven van de AOW-leeftijd. Zaken waar KBO-PCOB lang op heeft aangedrongen.

Helaas wordt er ook een voorziening uitgefaseerd, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW). Vanaf 2020 kunnen minder mensen gebruik maken van de IOAW. Aan de snelle stijging van de IOW zien we dat dit vangnet nog steeds erg belangrijk is. KBO-PCOB blijft zich inspannen om ook hier de instroomleeftijd te ‘bevriezen’.

Bron: Nieuwsbrief KBO-PCOB



Terug naar Pensioenen