Nieuw elan in de verpleeghuiszorg


4-9-2018 De kans dat wij ouderen aan het eind van ons leven moeten worden opgenomen in een verpleeghuis is, door het sluiten van de verzorgingshuizen, flink toegenomen. Hoewel wij allemaal wel ervaring hebben met een opname in een verpleeghuis, meestal omdat een van de (schoon)(groot)ouders in een verpleeghuis is opgenomen, gaan de meeste nog vitale ouderen ervan uit dat het voor hen niet zo'n vaart zal lopen. Er bestaat een zekere afkeer tegen opname in een verpleeghuis, de uitdrukking: “als ik zover ben, moeten ze me maar een spuitje geven” wordt door velen gebezigd. Maar gek genoeg neemt bijna niemand de maatregelen (codicil, gesprek met de huisarts, levenstestament) om dat dan ook te regelen.

Toch is het beter om er wel bij stil te staan, we gaan immers niet zomaar dood, daarvoor is de uitval van veel lichaamsfuncties noodzakelijk. Ergo de laatste een à twee jaar van ons leven zijn we zeer hulpbehoevend en hebben zelfs bij de meest eenvoudige handelingen ondersteuning nodig. De enige plek waar dat 24 uur per dag, 7 dagen in de week kan worden gegeven is het verpleeghuis. Er bestaat ook nog opvang in particuliere verzorgingshuizen, maar dat is alleen voor de zeervermogenden onder ons weggelegd.

Meer geld

Het verpleeghuis is de afgelopen jaren vooral negatief in het nieuws geweest. Dat heeft geleid, met dank aan Hugo Borst en Carin Gaemers, tot een omslag in het beleid en denken oververpleeghuiszorg. Allereerst is nog door de vorige Staatssecretaris van Rijn het budget voor verpleeghuiszorg met 2,1 miljard verhoogd in 4 stappen van een jaar van 11 miljard naar ruim 13 miljard per jaar, dat is een budgetverhoging met 20%.

De huidige Minister De Jonge heeft daarna bepaald dat van de extra 2,1 miljard tenminste 85% moet worden besteed aan “extra handen aan het bed”. D.w.z. dat bijna 1,8 miljard uitsluitend beschikbaar is voor direct zorgpersoneel en beslist niet voor management of indirect personeel. Dit extra budget komt alleen beschikbaar voor een zorginstelling, als zij daadwerkelijk extra zorgpersoneel hebben aangenomen. De resterende 15% (ruim 300 miljoen) mag gebruikt worden voor scholing, innovatie en extra cliënt zorg. Met het laatste wordt bedoeld: extra activiteiten boven de reguliere zorg. Denk daarbij aan een begeleide wandeling, spelactiviteiten e.d. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) zal erop toezien dat zorginstellingen het  toegekende budget ook voor de zorg besteden en niet op slinkse wijze voor een hoger inkomen van het topmanagement of dure interim managers.


De cliënt centraal.

Nog maar enkele jaren geleden was de zorg, in zijn algemeenheid en de verpleeghuiszorg in het bijzonder, vooral organisatie gedreven. Vanuit het management werd tot op de minuut bepaald hoe en hoelang een bepaalde zorgactiviteit moest worden uitgevoerd. Hoewel het verpleeghuis vooral wordt geassocieerd met vergevorderde dementie, is in werkelijkheid de populatie divers. Niet iedere bewoner is dement. Ook iemand die op zijn tachtigste door een hersenbloeding blind is geworden, maar verder goed functioneert, of een negentigjarige die door een hersenbloeding volledig is verlamd, zit in een verpleeghuis. Daarnaast kunnen dementerenden in de meeste gevallen prima aangeven wat zij aan zorg verwachten.

Drie jaar geleden is het denken over verpleeghuiszorg veranderd. Het ideaal is nu dat de cliënt (met mantelzorger en naasten) zelf bepaalt hoe de zorg wordt ingericht. Denk daarbij aan: wanneer opstaan, in bad of onder de douche, welke kleding, maaltijdkeuze, ontspanning en hoe laat naar bed. In feite dezelfde dingen die ook wij gewend zijn zelf te bepalen. Het zorgpersoneel assisteert daarbij.

Als de cliënt de regie krijgt, moet ook de zorggroep, waarin hij of zij is opgenomen, de wensen van de cliënt kunnen invullen. Dat betekent dat de zorggroep (8 tot 10 cliënten) dit zelfstandig organiseert Dit worden de zogenaamde “zelfsturende teams” genoemd.Het management moet van regels voorschrijvende superieuren worden getransformeerd naar een faciliterend management. Dus niet meer regelen, maar alleen iets doen als daar door dezorgverleners of cliënten om wordt gevraagd.

Voor zowel het management als de teams is deze omslag moeilijk. De teamleden moeten nu zelf beslissingen nemen (en dat is veel lastiger dan gewoon doen wat je gezegd wordt). Het management moet veel loslaten en dat is voor veel managers tegennatuurlijk gedrag. Belangrijk voordeel is dat er minder management nodig is, wat tot een “plattere” organisatie leidt, waardoor er meer handen aan het bed kunnen komen.

Administratieve belasting

Tot 2009 was de controle binnen de zorg vooral reactief. D.w.z. dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) pas optrad als er ernstige problemen bekend werden. Toen rond 2009 binnen korte tijd een aantal grote misstanden de krant haalde, kwam er vanuit de Tweede Kamer en de publieke opinie druk om meer proactief (ter voorkoming) te gaan controleren. Om dat te kunnen doen, heeft de Inspectie informatie nodig en die moet worden geleverd door de zorginstellingen.

Ook de NZa heeft een controlerende taak, de Inspectie controleert de medische kant, de NZa de algemene zorg. Het Zorgkantoor heeft als feitelijke  opdrachtgever ook nog iets in de melk tebrokkelen en wil graag weten hoe het met de cliënten gaat.Dit alles heeft geleid tot een wirwar aan administratieve verantwoording, wat als zeer belastend wordt ervaren door de zorgverleners. Wat eraan te doen? Terug naar de situatie van vóór 2009 wil niemand.

Een idee is de rapportage te stroomlijnen zodat zorgverleners niet drie, maar slechte één keer hoeven te rapporteren. Maar ongelukkigerwijs hebben we nu net nieuwe Europese privacyregels. Die schrijven voor dat alleen noodzakelijke informatie mag worden verstrekt. Ergo, informatie naar de Inspectie mag niet naar het Zorgkantoor en vice versa.

Automatisering kan wellicht een oplossing bieden, maar onze overheid heeft op dat vlak geen gelukkige hand. Om de administratieve lasten te verminderen, maar toch de noodzakelijke controle te handhaven, moet nog iets slims worden bedacht.

Zijn we op de goede weg?

Op het congres: Thuis in het verpleeghuis van 2 juli, waar iedereen die iets te maken heeft met verpleeghuiszorg aanwezig was (uiteraard ook de Commissie ZWWM van de KNVG  en NVOG), zijn de neuzen gericht om de zorg, op de wijze zoals hierboven geschetst, te veranderen.Dat zal niet eenvoudig zijn, kleine verpleeghuizen met slechts één groep werken vaak al met cliënt- regie, maar bij de grotere verpleeghuizen met veel groepen en veel personeel moeten nog veel stappen worden gezet.

Als je in een verpleeghuis terecht komt, zit je per definitie niet in de mooiste periode van je leven. Toch kunnen, met de juiste zorg en eigen inbreng van de cliënt en zijn of haar omgeving, de laatste jaren van dat leven fatsoenlijk worden doorgebracht.

Zorgverleners en instellingen moeten nog een flinke omslag maken maar het lijkt de goede kant op te gaan. Ook de omgeving van de cliënt heeft hier een taak: trek aan de bel bij de Inspectie als je van mening bent dat de zorg onvoldoende is en er niet op klachten wordt gereageerd.En als u een klacht hebt over de zorg dan kunt U uw klacht indienen bij het Landelijk Meldpunt Zorg

https://www.landelijkmeldpuntzorg.nl/burger/home 
Telefoon: 088 120 50 20
Adres (voor brieven)
Landelijk Meldpunt Zorg
Postbus 2115
3500 GC Utrecht

Bron: Commissie Zorg, Welzijn en Mobiliteit NVOG en KNVG



Terug naar Zorg en welzijn